titel
Een foto, een bit en een hoofdstel met stadswapens eraan. Het zijn de enige herinneringen aan een veelbetekenend hoofdstuk in de Haarlemse brandweergeschiedenis. Het paard op de foto is Jetje. Zij staat fier ingespannen voor de enige ‘éénpaardsslangenwagen’ die ooit dienst heeft gedaan in Haarlem en omstreken. Deze door paardenkracht voortgetrokken materiaalwagen is de schakel tussen door mensenhanden vervoerd brandweermaterieel en de - latere - gemotoriseerde voertuigen.
Dreigend ontslag door de brandweerstaf
De komst van deze ‘paardenwagen’ gaat niet zonder slag of stoot. Zo overtuigd als de staf van de brandweer is van de noodzaak om sneller bij een brand aan te komen dan rennend of fietsend, zoveel bedenkingen heeft de Haarlemse gemeenteraad. Het gaat toch goed zo? De staf moet dreigen met ontslag om de raad overstag te laten gaan. Op 1 januari 1907 wordt de éénpaardsslangenwagen in gebruik genomen. De modernisering van de brandweer is een feit. De uitruktijd bij brand wordt vanaf dat moment korter.
titel
Naar de brand draven
De wagen wordt geplaatst in de politieremise aan de Lange Wijngaardstraat. Hij wordt ook niet bemensd door de brandweer, maar door politiemensen die enigszins getraind zijn in het brandweerwerk. Als zij naar een brand draven, kunnen zij alvast beginnen met blussen, totdat de brandweervrijwilligers ter plekke komen. Maar iedereen die een beetje de opwinding kent van de brandbestrijding, weet hoe moeilijk het is om de straalpijp over te dragen.
Het eerste blusrecht
Dat leidt soms tot een koddige tweestrijd. De vrijwilligers proberen de politiewagen hardlopend in te halen. Zij blijven dan met hun slangenwagen of spuit midden op de weg lopen, zodat zij niet gepasseerd kunnen worden. Soms nemen twee vrijwilligers op de fiets de slangenwagen tussen hen in. Alles maar om de politiebrandweer voor te blijven en het eerste blusrecht te hebben! Dat dit bij gevaarlijke bochten wel eens uit de hand loopt, is goed voor te stellen. Menig winkelruit is in deze race naar de brand gesneuveld.
Een begrip in Haarlem
Brandweerpaard Jetje wordt een begrip in Haarlem (ook al gaan er meerdere paarden achter die naam schuil). Zij staat gestald bij stalhouder Wilhelmus Heins in de Ridderstraat. De afspraak is dat er continu een voerman aanwezig was om uit te rukken, zodra het brandalarm klinkt. Het verhaal gaat dat Jetje alvast alleen naar de politieremise ging, als de voerman naar haar zin niet snel genoeg reageerde… Ook nu slaat de modernisering toe. In 1925 wordt de eerste automobiele gereedschapswagen aangekocht. In 1926 kan Jetje van haar welverdiende rust gaan genieten. De wagen is bewaard gebleven, maar vooralsnog niet te bewonderen in het museum.